De or het zittijd?

The correct Dutch article is:

de zittijd

  • Plural: de zittijden
Meaning (Dutch) 1. examenperiode 2. de tijd dat men op een stoel zit

How to use zittijd

the zittijdde zittijd
this zittijddeze zittijd
that zittijddie zittijd
our zittijdonze zittijd
your zittijdjouw zittijd
every zittijdelke zittijd
which zittijd?welke zittijd?
a big zittijd / the big zittijdeen grote zittijd, de grote zittijd
the zittijd (plural)de zittijden, deze zittijden

Example sentences with zittijd

  • Het academiejaar begint vroeger, de eerste zittijd vindt voor de kerstvakantie plaats, het tweede semester start vroeger met kort daarna de examens, en de herexamens zijn nog in juni gepland.
  • Al zitten er onder de deelnemers aan de tweede zittijd ook altijd wel studenten die bij de eerste sessie niet aanwezig waren, omdat ze bijvoorbeeld met vakantie waren …

Dutch words ending in zittijd

examenzittijd

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).