De or het examenzittijd?

The correct Dutch article is:

de examenzittijd

How to use examenzittijd

the examenzittijdde examenzittijd
this examenzittijddeze examenzittijd
that examenzittijddie examenzittijd
our examenzittijdonze examenzittijd
your examenzittijdjouw examenzittijd
every examenzittijdelke examenzittijd
which examenzittijd?welke examenzittijd?
a big examenzittijd / the big examenzittijdeen grote examenzittijd, de grote examenzittijd