De or het zakenreiziger?

The correct Dutch article is:

de zakenreiziger

  • Plural: de zakenreizigers
  • Diminutive: het zakenreizigertje
Meaning (Dutch) (beroep) iemand die voor zijn werkgever regelmatig reist

How to use zakenreiziger

the zakenreizigerde zakenreiziger
this zakenreizigerdeze zakenreiziger
that zakenreizigerdie zakenreiziger
our zakenreizigeronze zakenreiziger
your zakenreizigerjouw zakenreiziger
every zakenreizigerelke zakenreiziger
which zakenreiziger?welke zakenreiziger?
a big zakenreiziger / the big zakenreizigereen grote zakenreiziger, de grote zakenreiziger
the zakenreiziger (plural)de zakenreizigers, deze zakenreizigers

Example sentences with zakenreiziger

  • Dit restaurant is altijd populair geweest bij zakenreizigers.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).