De or het zakendoen?

The correct Dutch article is:

het zakendoen

How to use zakendoen

the zakendoenhet zakendoen
this zakendoendit zakendoen
that zakendoendat zakendoen
our zakendoenons zakendoen
your zakendoenjouw zakendoen
every zakendoenelk zakendoen
which zakendoen?welk zakendoen?
a big zakendoen / the big zakendoeneen groot zakendoen, het grote zakendoen