De or het vastendag?

The correct Dutch article is:

de vastendag

  • Plural: de vastendagen
Meaning (Dutch) 1. dat dat men niet eet of bepaald voedsel niet eet 2. (religie) dag van de vastentijd

How to use vastendag

the vastendagde vastendag
this vastendagdeze vastendag
that vastendagdie vastendag
our vastendagonze vastendag
your vastendagjouw vastendag
every vastendagelke vastendag
which vastendag?welke vastendag?
a big vastendag / the big vastendageen grote vastendag, de grote vastendag
the vastendag (plural)de vastendagen, deze vastendagen

Example sentences with vastendag

  • 'U eet geen vlees, tante,' vroeg Nimue, 'is het een vastendag?' Morgaine herinnerde zich plotseling hoe zij Viviane had ondervraagd.
  • Hij regelde dat de eerste woensdag van elke maand een plechtige vastendag werd om te bidden voor verlossing van de pest.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).