De or het speeldag?

The correct Dutch article is:

de speeldag

  • English: play-day
  • Plural: de speeldagen
Meaning (Dutch) dag dat er wedstrijden worden gespeeld

How to use speeldag

the play-dayde speeldag
this play-daydeze speeldag
that play-daydie speeldag
our play-dayonze speeldag
your play-dayjouw speeldag
every play-dayelke speeldag
which play-day?welke speeldag?
a big play-day / the big play-dayeen grote speeldag, de grote speeldag
the play-day (plural)de speeldagen, deze speeldagen

Example sentences with speeldag

  • Uit protest tegen de maandagavond als speeldag hadden enkele duizenden Borussia-fans de wedstrijd geboycot.
  • Aanvankelijk zou De Bakker aantreden tegen Lucas Pouille, de nummer zeventien van de wereldranglijst. De Fransman trok zich op de eerste speeldag echter terug.

Dutch words ending in speeldag

buitenspeeldag | straatspeeldag | slotspeeldag

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).