De or het preek?

The correct Dutch article is:

de preek

  • English: sermon
  • Plural: de preken
  • Diminutive: het preekje
Meaning (Dutch) 1. (religie) een stichtelijk betoog door een geestelijke in een kerkdienst 2. overdrachtelijk: een vermanende toespraak

How to use preek

the sermonde preek
this sermondeze preek
that sermondie preek
our sermononze preek
your sermonjouw preek
every sermonelke preek
which sermon?welke preek?
a big sermon / the big sermoneen grote preek, de grote preek
the sermon (plural)de preken, deze preken

Example sentences with preek

  • De dominee hield een preek. “The pastor gave a sermon.”
  • De priester heeft een preek gehouden. “The priest recited a sermon.”
  • Geef me geen preek. “Don't lecture me.”

Dutch words ending in preek

gepreek | boetepreek | haagpreek | zedenpreek | hagenpreek | donderpreek | afscheidspreek | adventspreek | boetpreek | kerstpreek

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with preek

preekgestoelte | preekstoel | preektoon | preekverbod | preekweek | preekrooster | preekvoorbereiding

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).