De or het opleider?

The correct Dutch article is:

de opleider

  • English: teacher, tutor, trainer
  • Plural: de opleiders
Meaning (Dutch) (onderwijs, beroep) een persoon of organisatie die iemand anders een vaardigheid leert

How to use opleider

the teacherde opleider
this teacherdeze opleider
that teacherdie opleider
our teacheronze opleider
your teacherjouw opleider
every teacherelke opleider
which teacher?welke opleider?
a big teacher / the big teachereen grote opleider, de grote opleider
the teacher (plural)de opleiders, deze opleiders

Example sentences with opleider

  • De Maatschappij Tandheelkunde noemt het „onbegrijpelijk” Opleiders van tandartsen vinden het initiatief van de nieuwe bewindsman „onlogisch.”
  • Twee derde van de mensen die bij de tien grootste opleiders van het land inburgeren, is naar eigen zeggen middelbaar of hoogopgeleid.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).