De or het minor?

The correct Dutch article is:

de minor

  • Plural: de minors
Meaning (Dutch) (onderwijs) een bijvak dat men studeert tijdens de bacheloropleiding in het hoger onderwijs

How to use minor

the minorde minor
this minordeze minor
that minordie minor
our minoronze minor
your minorjouw minor
every minorelke minor
which minor?welke minor?
a big minor / the big minoreen grote minor, de grote minor
the minor (plural)de minors, deze minors

Example sentences with minor

  • Besloten werd samen een evenement te organiseren over de Armeense genocide als minor voor iedereen, ook mensen buiten Saxion.
  • Zweers volgt een minor kunst en creativiteit en hoopt aan het einde van het schooljaar zijn afstudeeronderzoek in te leveren.

Dutch words starting with minor

minoriet | minoriteit

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).