De or het indoorseizoen?

The correct Dutch article is:

het indoorseizoen

  • Plural: de indoorseizoenen
  • Diminutive: het indoorseizoentje
Meaning (Dutch) (sport) deel van het jaar dat er voornamelijk overdekt atletiekwedstrijden worden gehouden; de periode van 1 oktober tot 1 april

How to use indoorseizoen

the indoorseizoenhet indoorseizoen
this indoorseizoendit indoorseizoen
that indoorseizoendat indoorseizoen
our indoorseizoenons indoorseizoen
your indoorseizoenjouw indoorseizoen
every indoorseizoenelk indoorseizoen
which indoorseizoen?welk indoorseizoen?
a big indoorseizoen / the big indoorseizoeneen groot indoorseizoen, het grote indoorseizoen
the indoorseizoen (plural)de indoorseizoenen, deze indoorseizoenen

Example sentences with indoorseizoen

  • Visser, die tijdens het indoorseizoen een vervelende hamstringblessure opliep maar weer helemaal fit is, veroverde de titel in een tijd van 12,77.
  • Het trainingsmaatje van Sedney, bij de vorige WK indoor in Birmingham goed voor brons, liep bij de NK een hamstringblessure op en beëindigde haar indoorseizoen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).