De or het hoteleigenaar?

The correct Dutch article is:

de hoteleigenaar

  • Plural: de hoteleigenaren / hoteleigenaars
  • Diminutive: het hoteleigenaartje
Meaning (Dutch) (beroep, toerisme) de bezitter van een overnachtingsplaats voor toeristen

How to use hoteleigenaar

the hoteleigenaarde hoteleigenaar
this hoteleigenaardeze hoteleigenaar
that hoteleigenaardie hoteleigenaar
our hoteleigenaaronze hoteleigenaar
your hoteleigenaarjouw hoteleigenaar
every hoteleigenaarelke hoteleigenaar
which hoteleigenaar?welke hoteleigenaar?
a big hoteleigenaar / the big hoteleigenaareen grote hoteleigenaar, de grote hoteleigenaar
the hoteleigenaar (plural)de hoteleigenaren, deze hoteleigenaren

Example sentences with hoteleigenaar

  • De hoteleigenaar vond het fijn om goed voor zijn gasten te zorgen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).