De or het goeddoen?

The correct Dutch article is:

het goeddoen

How to use goeddoen

the goeddoenhet goeddoen
this goeddoendit goeddoen
that goeddoendat goeddoen
our goeddoenons goeddoen
your goeddoenjouw goeddoen
every goeddoenelk goeddoen
which goeddoen?welk goeddoen?
a big goeddoen / the big goeddoeneen groot goeddoen, het grote goeddoen