De or het nagel?

The correct Dutch article is:

de nagel

  • English: nail
  • Plural: de nagels / nagelen
  • Diminutive: het nageltje
Meaning (Dutch) 1. (anatomie) dunne, doorzichtige plaat van harde keratine op de bovenkant van vinger- en teentoppen van mensen en primaten 2. afdruk van een nagel

How to use nagel

the nailde nagel
this naildeze nagel
that naildie nagel
our nailonze nagel
your nailjouw nagel
every nailelke nagel
which nail?welke nagel?
a big nail / the big naileen grote nagel, de grote nagel
the nail (plural)de nagels, deze nagels

Example sentences with nagel

  • Zij brak een nagel. “She broke a nail.”
  • Ik brak een nagel. “I broke a nail.”
  • Mijn nagel is gebroken. “One of my fingernails got broken.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).