De or het fietsmaker?

The correct Dutch article is:

de fietsmaker

  • Plural: de fietsmakers
Meaning (Dutch) 1. (beroep) persoon die fietsen herstelt en verkoopt 2. (economie) bedrijf dat fietsen produceert

How to use fietsmaker

the fietsmakerde fietsmaker
this fietsmakerdeze fietsmaker
that fietsmakerdie fietsmaker
our fietsmakeronze fietsmaker
your fietsmakerjouw fietsmaker
every fietsmakerelke fietsmaker
which fietsmaker?welke fietsmaker?
a big fietsmaker / the big fietsmakereen grote fietsmaker, de grote fietsmaker
the fietsmaker (plural)de fietsmakers, deze fietsmakers

Example sentences with fietsmaker

  • Slecht weer plaagt fietsmaker Accell: Fietsfabrikant Accell verwacht voor de tweede helft van dit jaar wel een hogere omzet, maar waarschuwt dat de winst lager zal uitvallen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).