De or het sportdag?

The correct Dutch article is:

de sportdag

  • Plural: de sportdagen
  • Diminutive: het sportdagje
Meaning (Dutch) Een dag waarop de normale werkzaamheden niet worden verricht maar gesport wordt door personeel of leerlingen vaak ook bedoeld voor het maken van informele contacten.

How to use sportdag

the sportdagde sportdag
this sportdagdeze sportdag
that sportdagdie sportdag
our sportdagonze sportdag
your sportdagjouw sportdag
every sportdagelke sportdag
which sportdag?welke sportdag?
a big sportdag / the big sportdageen grote sportdag, de grote sportdag
the sportdag (plural)de sportdagen, deze sportdagen

Example sentences with sportdag

  • Tijdens de sportdag kunnen de leraren vergaderen

Dutch words ending in sportdag

schoolsportdag

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).