De or het festivalseizoen?

The correct Dutch article is:

het festivalseizoen

  • Plural: de festivalseizoenen
Meaning (Dutch) deel van het jaar dat geschikt is voor het organiseren van grootscheepse feestelijke evenementen

How to use festivalseizoen

the festivalseizoenhet festivalseizoen
this festivalseizoendit festivalseizoen
that festivalseizoendat festivalseizoen
our festivalseizoenons festivalseizoen
your festivalseizoenjouw festivalseizoen
every festivalseizoenelk festivalseizoen
which festivalseizoen?welk festivalseizoen?
a big festivalseizoen / the big festivalseizoeneen groot festivalseizoen, het grote festivalseizoen
the festivalseizoen (plural)de festivalseizoenen, deze festivalseizoenen

Example sentences with festivalseizoen

  • Met dit festival werd vrijdag traditiegetrouw het festivalseizoen afgetrapt.
  • Het Startschotgala staat vooraan in de rij in het festivalseizoen en de organisatie houdt nog wel rekening met restricties: We weten nu natuurlijk nog niet wat er dan geldt.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).