De or het examendag?

The correct Dutch article is:

de examendag

  • Plural: de examendagen
Meaning (Dutch) (onderwijs) dag dat men een examen aflegt

How to use examendag

the examendagde examendag
this examendagdeze examendag
that examendagdie examendag
our examendagonze examendag
your examendagjouw examendag
every examendagelke examendag
which examendag?welke examendag?
a big examendag / the big examendageen grote examendag, de grote examendag
the examendag (plural)de examendagen, deze examendagen

Example sentences with examendag

  • Op 11 mei, de eerste examendag, waren dat er al meer dan 22.000; ongeveer 14.000 voor het vak Nederlands op het vwo en ruim 8000 voor het vak Economie op de havo.
  • Op YouTube is ook kritiek op het examen. Vloggers vertellen hoe ze de eerste 'dramatische' examendag hebben beleefd. Sommigen vonden het meevallen, maar de meesten zijn ontevreden.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).