De or het genenpaar?

The correct Dutch article is:

het genenpaar

  • English: pair of genes
  • Plural: de genenparen
Meaning (Dutch) 1. 2 genen met dezelfde functie waarvan de één van de moeder en de ander van de vader afkomstig is 2. 2 genen met (bijna) dezelfde functie die men beiden van de moeder of beiden van de vader heeft geërfd

How to use genenpaar

the pair of geneshet genenpaar
this pair of genesdit genenpaar
that pair of genesdat genenpaar
our pair of genesons genenpaar
your pair of genesjouw genenpaar
every pair of geneselk genenpaar
which pair of genes?welk genenpaar?
a big pair of genes / the big pair of geneseen groot genenpaar, het grote genenpaar
the pair of genes (plural)de genenparen, deze genenparen

Example sentences with genenpaar

  • 'Het gaat hier om recessief erfelijke ziekten. In beide helften van een genenpaar moet dus iets mis zijn, maar tegelijk mag dat defect niet dusdanig zijn dat de cel helemaal niet meer functioneert.
  • De opvallendste conclusie is echter dat het voor de fitness van het organisme geen verschil maakt welke van het genenpaar werd uitgeschakeld.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).