De or het deur?

The correct Dutch article is:

de deur

  • English: door
  • Plural: de deuren
  • Diminutive: het deurtje
Meaning (Dutch) 1. (bouwkunde) een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof 2. een afsluiting van een toegang tot een kast

How to use deur

the doorde deur
this doordeze deur
that doordie deur
our dooronze deur
your doorjouw deur
every doorelke deur
which door?welke deur?
a big door / the big dooreen grote deur, de grote deur
the door (plural)de deuren, deze deuren

Example sentences with deur

  • Doe de deur dicht. “Shut the door.”
  • Hij sloot de deur. “He closed the door.”
  • Deze deur is gesloten. “This door is locked.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).