De or het deelhebben?

The correct Dutch article is:

het deelhebben

How to use deelhebben

the deelhebbenhet deelhebben
this deelhebbendit deelhebben
that deelhebbendat deelhebben
our deelhebbenons deelhebben
your deelhebbenjouw deelhebben
every deelhebbenelk deelhebben
which deelhebben?welk deelhebben?
a big deelhebben / the big deelhebbeneen groot deelhebben, het grote deelhebben