De or het lel?

The correct Dutch article is:

de lel

  • Plural: de lellen
  • Diminutive: het lelletje
Meaning (Dutch) 1. klap, mep, oplawaai, schop 2. kanjer

How to use lel

the lelde lel
this leldeze lel
that leldie lel
our lelonze lel
your leljouw lel
every lelelke lel
which lel?welke lel?
a big lel / the big leleen grote lel, de grote lel
the lel (plural)de lellen, deze lellen

Example sentences with lel

  • Hij gaf zijn kameraad een enorme lel toen hij boos was.
  • Iedereen krijgt een lel van een stuk papier om zijn gedachten op te schrijven.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).