De or het discipel?

The correct Dutch article is:

de discipel

  • Plural: de discipelen / discipels
  • Diminutive: het discipeltje
Meaning (Dutch) 1. (religie) (christendom) een van de volgelingen van Jezus 2. (figuurlijk) trouwe volgeling van iemand die een bepaalde opvatting uitdraagt

How to use discipel

the discipelde discipel
this discipeldeze discipel
that discipeldie discipel
our discipelonze discipel
your discipeljouw discipel
every discipelelke discipel
which discipel?welke discipel?
a big discipel / the big discipeleen grote discipel, de grote discipel
the discipel (plural)de discipelen, deze discipelen

Example sentences with discipel

  • Jezus verkreeg een aantal van zijn discipelen aan het meer van Tiberias.
  • In zekere zin is hij een leerling of discipel geworden van de jongen, die zich gaandeweg heeft ontwikkeld tot een wijze, een dichter.

Dutch words ending in discipel

nachtdiscipel

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).