De or het assessor?

The correct Dutch article is:

de assessor

  • Plural: de assessoren / assessors
Meaning (Dutch) 1. de hulp van de voorzitter 2. (beroep) (mede)beoordelaar van een examen of eindwerk

How to use assessor

the assessorde assessor
this assessordeze assessor
that assessordie assessor
our assessoronze assessor
your assessorjouw assessor
every assessorelke assessor
which assessor?welke assessor?
a big assessor / the big assessoreen grote assessor, de grote assessor
the assessor (plural)de assessoren, deze assessoren

Example sentences with assessor

  • Ook het voorstel tot de aanwezigheid van een assessor in het facultaire bestuur van het HBO zou wettelijk worden geregeld.
  • Verder moest ik een gesprek hebben met iemand die ‘assessor ’ heette te zijn.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).