De or het bijwoner?

The correct Dutch article is:

de bijwoner

  • Plural: de bijwoners
  • Diminutive: het bijwonertje
Meaning (Dutch) 1. iemand die bij een evenement aanwezig 2. iemand die niet thuishoort of zich niet thuisvoelt op de plaats waar hij woont

How to use bijwoner

the bijwonerde bijwoner
this bijwonerdeze bijwoner
that bijwonerdie bijwoner
our bijwoneronze bijwoner
your bijwonerjouw bijwoner
every bijwonerelke bijwoner
which bijwoner?welke bijwoner?
a big bijwoner / the big bijwonereen grote bijwoner, de grote bijwoner
the bijwoner (plural)de bijwoners, deze bijwoners

Example sentences with bijwoner

  • De Tegel in de categorie Achtergrond ging naar Geertjan Lassche van RTV Oost, die de documentaire Vreemdelingen & Bijwoners maakte.
  • Daarna keerde het gezin Boland terug naar Nederland. Daar zou hij zich altijd een ‘bijwoner’ voelen, zoals hij het uitdrukt in zijn eerste, autobiografische roman De zachte held.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).