De or het amen?

The correct Dutch article is:

het amen

Meaning (Dutch) (Jiddisch-Hebreeuws) term waarmee de geldigheid wordt bevestigd van iets dat gezegd is: het zij zo, het is zo (30×: Num. 5:22, Deut. 27:15 +, 1 Kon. 1:36, Jes. 65:16 met tekstkritiek, Jer.

How to use amen

the amenhet amen
this amendit amen
that amendat amen
our amenons amen
your amenjouw amen
every amenelk amen
which amen?welk amen?
a big amen / the big ameneen groot amen, het grote amen

Example sentences with amen

  • Hij zegt overal amen op. “He's a yes-man.”
  • In den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen. “In the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Spirit. Amen.”
  • Amen. “Amen.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).