De or het airplay?

The correct Dutch article is:

de airplay

Meaning (Dutch) de optelsom van het aantal keren dat een liedje wordt gedraaid op radiostations tussen 07.00 en 19.00 uur

How to use airplay

the airplayde airplay
this airplaydeze airplay
that airplaydie airplay
our airplayonze airplay
your airplayjouw airplay
every airplayelke airplay
which airplay?welke airplay?
a big airplay / the big airplayeen grote airplay, de grote airplay

Example sentences with airplay

  • De Top 40 wordt samengesteld door te kijken naar onder andere airplay op alle radiozenders en streamingcijfers.
  • „Het platform biedt mogelijkheden voor het gesprek van de dag, maar ook voor thema’s die nu nog te weinig airplay krijgen.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).