De or het bouwhoek?

The correct Dutch article is:

de bouwhoek

  • Plural: de bouwhoeken
  • Diminutive: het bouwhoekje
Meaning (Dutch) 1. deel van een ruimte of lokaal waar men iets kan bouwen 2. (landbouw) gebied waar landbouw bedreven kan worden

How to use bouwhoek

the bouwhoekde bouwhoek
this bouwhoekdeze bouwhoek
that bouwhoekdie bouwhoek
our bouwhoekonze bouwhoek
your bouwhoekjouw bouwhoek
every bouwhoekelke bouwhoek
which bouwhoek?welke bouwhoek?
a big bouwhoek / the big bouwhoekeen grote bouwhoek, de grote bouwhoek
the bouwhoek (plural)de bouwhoeken, deze bouwhoeken

Example sentences with bouwhoek

  • Kinderen (en ouders) kunnen ook zelf de handen uit de mouwen steken in de bouwhoek. De entree bedraagt twee euro.
  • In de binnenspeeltuin zijn er leuke glijbanen, klimhuisjes, bouwhoeken, fietsen en ook daar is een kaboutertrein.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).