De czy het: scheenbeen?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

het scheenbeen

  • Polski: piszczel, kość piszczelowa
  • Liczba mnoga: de scheenbenen / scheenbeenderen
  • Zdrobnienie: het scheenbeentje
Znaczenie (po niderlandzku) (anatomie) het voorste van beide botten in het onderbeen van de mens

Jak używać scheenbeen

rodzajnik określony (the)het scheenbeen
ten / ta / to (this)dit scheenbeen
tamten / tamta / tamto (that)dat scheenbeen
nasz / nasza / nasze (our)ons scheenbeen
twój / twoja / twoje (your)jouw scheenbeen
każdy / każda / każde (every)elk scheenbeen
który / która / które? (which)welk scheenbeen?
z przymiotnikiem (groot = duży)een groot scheenbeen, het grote scheenbeen
liczba mnogade scheenbenen, deze scheenbenen

Przykładowe zdania ze słowem scheenbeen

  • Zijn scheenbeen doet pijn. “His shin hurts.”
  • Haar scheenbeen doet pijn. “Her shin hurts.”
  • Hij brak zijn scheenbeen. “He broke his shinbone.”

Więcej niderlandzkich słów

dromedaris

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).