De czy het: onverschilligheid?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de onverschilligheid

  • Polski: obojętność
  • Liczba mnoga: de onverschilligheden
Reguła Words ending in -heid: almost always de. Zobacz regułę
Znaczenie (po niderlandzku) houding waarbij men zich niets aantrekt van omstandigheden en de opvattingen van anderen

Jak używać onverschilligheid

rodzajnik określony (the)de onverschilligheid
ten / ta / to (this)deze onverschilligheid
tamten / tamta / tamto (that)die onverschilligheid
nasz / nasza / nasze (our)onze onverschilligheid
twój / twoja / twoje (your)jouw onverschilligheid
każdy / każda / każde (every)elke onverschilligheid
który / która / które? (which)welke onverschilligheid?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote onverschilligheid, de grote onverschilligheid
liczba mnogade onverschilligheden, deze onverschilligheden

Przykładowe zdania ze słowem onverschilligheid

  • De jongen was erg slim, maar door zijn onverschilligheid had hij nog steeds geen goede baan.
  • Niemand zou mijn onverschilligheid geloven, nu ik met eten voor mijn vrouw twee dagen door een onveilig land heb gefietst.

Więcej niderlandzkich słów

aanname | nederigheid

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).