De czy het: deelwoord?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

het deelwoord

  • Polski: imiesłów
  • Liczba mnoga: de deelwoorden
  • Zdrobnienie: het deelwoordje
Znaczenie (po niderlandzku) (taalkunde) vorm van het werkwoord die bijvoeglijk en/of in combinatie met een hulpwerkwoord gebruikt wordt

Jak używać deelwoord

rodzajnik określony (the)het deelwoord
ten / ta / to (this)dit deelwoord
tamten / tamta / tamto (that)dat deelwoord
nasz / nasza / nasze (our)ons deelwoord
twój / twoja / twoje (your)jouw deelwoord
każdy / każda / każde (every)elk deelwoord
który / która / które? (which)welk deelwoord?
z przymiotnikiem (groot = duży)een groot deelwoord, het grote deelwoord
liczba mnogade deelwoorden, deze deelwoorden

Przykładowe zdania ze słowem deelwoord

  • Het deel van een werkwoord, dat deels een werkwoord en deels een bijvoeglijk naamwoord is, wordt een deelwoord genoemd. “The part of a verb, that is partly a verb and partly an adjective, we call a participle.”

Więcej niderlandzkich słów

schaarste | bewusteloosheid | moscovium

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).