De or het zwarthandelaar?

The correct Dutch article is:

de zwarthandelaar

  • Plural: de zwarthandelaren / zwarthandelaars
Meaning (Dutch) iemand die door illegale handel enorme winsten maakt; handelaar die misbruik maakt van een situatie

How to use zwarthandelaar

the zwarthandelaarde zwarthandelaar
this zwarthandelaardeze zwarthandelaar
that zwarthandelaardie zwarthandelaar
our zwarthandelaaronze zwarthandelaar
your zwarthandelaarjouw zwarthandelaar
every zwarthandelaarelke zwarthandelaar
which zwarthandelaar?welke zwarthandelaar?
a big zwarthandelaar / the big zwarthandelaareen grote zwarthandelaar, de grote zwarthandelaar
the zwarthandelaar (plural)de zwarthandelaren, deze zwarthandelaren

Example sentences with zwarthandelaar

  • Allerlaatste kans: post op 1 of 3 juni voor de Ziggo Dome in de hoop op een zwarthandelaar die nog een redelijke prijs hanteert.
  • Maar wie geld inwisselde moest de herkomst van het geld aantonen. Zwart geld werd niet aangemeld waardoor de beruchte zwarthandelaren uit de oorlog in één klap hun winsten kwijt waren.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).