De or het zichtkaart?

The correct Dutch article is:

de zichtkaart

  • English: travel card, authority card
  • Plural: de zichtkaarten
Meaning (Dutch) 1. een vervoersbewijs voor het openbaar vervoer 2. toegangskaart, entreebewijs, toegangsbewijs, entreekaart

How to use zichtkaart

the travel cardde zichtkaart
this travel carddeze zichtkaart
that travel carddie zichtkaart
our travel cardonze zichtkaart
your travel cardjouw zichtkaart
every travel cardelke zichtkaart
which travel card?welke zichtkaart?
a big travel card / the big travel cardeen grote zichtkaart, de grote zichtkaart
the travel card (plural)de zichtkaarten, deze zichtkaarten

Example sentences with zichtkaart

  • Gebruikers ontvangen vervolgens thuis een zogenoemde ‘persoonlijke zichtkaart’.
  • Afgelopen nacht was er dichte mist in Twente en de rest van Nederland. Volgens de KNMI zichtkaart was er in Hengelo 94 meter zicht. In sommige andere delen van Nederland, was de mist soms nog dichter.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).