De or het zendtijd?

The correct Dutch article is:

de zendtijd

  • English: broadcasting time, airtime
  • Plural: de zendtijden
Meaning (Dutch) de tijdsduur van een uitzending van een radio- of televisieprogramma

How to use zendtijd

the broadcasting timede zendtijd
this broadcasting timedeze zendtijd
that broadcasting timedie zendtijd
our broadcasting timeonze zendtijd
your broadcasting timejouw zendtijd
every broadcasting timeelke zendtijd
which broadcasting time?welke zendtijd?
a big broadcasting time / the big broadcasting timeeen grote zendtijd, de grote zendtijd
the broadcasting time (plural)de zendtijden, deze zendtijden

Example sentences with zendtijd

  • Publieke omroepen krijgen een bepaalde hoeveelheid zendtijd toebedeeld op basis van het aantal leden van de desbetreffende omroep.

Dutch words ending in zendtijd

televisiezendtijd | reclamezendtijd | radiozendtijd

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with zendtijd

zendtijdindeling | zendtijduitbreiding | zendtijdverdeling | zendtijdaanvraag

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).