De or het zelfverzekerdheid?

The correct Dutch article is:

de zelfverzekerdheid

  • English: self-confidence, self-reliance
  • Plural: de zelfverzekerdheden
  • Diminutive: het zelfverzekerdheidje
Rule Words ending in -heid: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) de mate waarin iemand zelfverzekerd is

How to use zelfverzekerdheid

the self-confidencede zelfverzekerdheid
this self-confidencedeze zelfverzekerdheid
that self-confidencedie zelfverzekerdheid
our self-confidenceonze zelfverzekerdheid
your self-confidencejouw zelfverzekerdheid
every self-confidenceelke zelfverzekerdheid
which self-confidence?welke zelfverzekerdheid?
a big self-confidence / the big self-confidenceeen grote zelfverzekerdheid, de grote zelfverzekerdheid
the self-confidence (plural)de zelfverzekerdheden, deze zelfverzekerdheden

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).