De or het zelftest?

The correct Dutch article is:

de zelftest

  • English: self-test
  • Plural: de zelftesten / zelftests
  • Diminutive: het zelftestje
Meaning (Dutch) 1. (medisch) een test waarmee men zonder tussenkomst van iemand anders kan onderzoeken of men aan een ziekte lijdt 2. een test waarmee men zonder tussenkomst van iemand anders iets kan onderzoeken

How to use zelftest

the self-testde zelftest
this self-testdeze zelftest
that self-testdie zelftest
our self-testonze zelftest
your self-testjouw zelftest
every self-testelke zelftest
which self-test?welke zelftest?
a big self-test / the big self-testeen grote zelftest, de grote zelftest
the self-test (plural)de zelftesten, deze zelftesten

Example sentences with zelftest

  • De Kolk constateerde al wel dat er animo is voor de zelftest.
  • Een opluchting voor alle vrouwen die het vreselijk vinden om naar de dokter te gaan voor een uitstrijkje: je kunt voortaan thuis een zelftest doen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).