De or het zelfbouwer?

The correct Dutch article is:

de zelfbouwer

  • Plural: de zelfbouwers
Meaning (Dutch) iemand die zelf de leiding neemt bij de bouw van zijn huis

How to use zelfbouwer

the zelfbouwerde zelfbouwer
this zelfbouwerdeze zelfbouwer
that zelfbouwerdie zelfbouwer
our zelfbouweronze zelfbouwer
your zelfbouwerjouw zelfbouwer
every zelfbouwerelke zelfbouwer
which zelfbouwer?welke zelfbouwer?
a big zelfbouwer / the big zelfbouwereen grote zelfbouwer, de grote zelfbouwer
the zelfbouwer (plural)de zelfbouwers, deze zelfbouwers

Example sentences with zelfbouwer

  • Een goede zelfbouwer heeft volgens haar doorzettingsvermogen nodig, onderscheidt hoofdzaken van bijzaken, kan goed met tegenslag omgaan en heeft voldoende tijd over.
  • De KWB wil ook dat doe-het-zelvers een opleiding moeten kunnen volgen als voorwaarde om in aanmerking te komen als geregistreerde "zelfbouwer".

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).