De or het woordzoeker?

The correct Dutch article is:

de woordzoeker

  • Plural: de woordzoekers
  • Diminutive: het woordzoekertje
Meaning (Dutch) 1. (spel) een puzzel waarin in een letterbrij woorden gevonden moeten worden. 2. iemand die woorden zoekt.

How to use woordzoeker

the woordzoekerde woordzoeker
this woordzoekerdeze woordzoeker
that woordzoekerdie woordzoeker
our woordzoekeronze woordzoeker
your woordzoekerjouw woordzoeker
every woordzoekerelke woordzoeker
which woordzoeker?welke woordzoeker?
a big woordzoeker / the big woordzoekereen grote woordzoeker, de grote woordzoeker
the woordzoeker (plural)de woordzoekers, deze woordzoekers

Example sentences with woordzoeker

  • De woordzoeker was een prijspuzzel.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).