De or het woningeigenaar?

The correct Dutch article is:

de woningeigenaar

  • Plural: de woningeigenaars / woningeigenaren
  • Diminutive: het woningeigenaartje
Meaning (Dutch) iemand die een woning bezit

How to use woningeigenaar

the woningeigenaarde woningeigenaar
this woningeigenaardeze woningeigenaar
that woningeigenaardie woningeigenaar
our woningeigenaaronze woningeigenaar
your woningeigenaarjouw woningeigenaar
every woningeigenaarelke woningeigenaar
which woningeigenaar?welke woningeigenaar?
a big woningeigenaar / the big woningeigenaareen grote woningeigenaar, de grote woningeigenaar
the woningeigenaar (plural)de woningeigenaars, deze woningeigenaars

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).