De or het winkeleigenaar?

The correct Dutch article is:

de winkeleigenaar

  • Plural: de winkeleigenaren / winkeleigenaars
Meaning (Dutch) een ondernemer die een winkel bezit

How to use winkeleigenaar

the winkeleigenaarde winkeleigenaar
this winkeleigenaardeze winkeleigenaar
that winkeleigenaardie winkeleigenaar
our winkeleigenaaronze winkeleigenaar
your winkeleigenaarjouw winkeleigenaar
every winkeleigenaarelke winkeleigenaar
which winkeleigenaar?welke winkeleigenaar?
a big winkeleigenaar / the big winkeleigenaareen grote winkeleigenaar, de grote winkeleigenaar
the winkeleigenaar (plural)de winkeleigenaren, deze winkeleigenaren

Example sentences with winkeleigenaar

  • Een winkeleigenaar is vaak een kleine zelfstandige.
  • De bakker, de slager en de kruidenier in het dorp waren nog zelfstandige winkeleigenaren en dus niet filiaalhouders voor een grotere keten.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).