De or het weekdag?

The correct Dutch article is:

de weekdag

  • Plural: de weekdagen
Meaning (Dutch) 1. (tijdrekening) een doordeweekse dag en kan betreffen maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag 2. elk van de zeven dagen van de week

How to use weekdag

the weekdagde weekdag
this weekdagdeze weekdag
that weekdagdie weekdag
our weekdagonze weekdag
your weekdagjouw weekdag
every weekdagelke weekdag
which weekdag?welke weekdag?
a big weekdag / the big weekdageen grote weekdag, de grote weekdag
the weekdag (plural)de weekdagen, deze weekdagen

Example sentences with weekdag

  • Kun je de weekdagen in het Frans zeggen? “Can you say the days of the week in French?”
  • De weekdagen zijn: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. “The weekdays are: Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, and Friday.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).