De or het vliegticket?

The correct Dutch article is:

het vliegticket

  • English: air ticket
  • Plural: de vliegtickets
Meaning (Dutch) vervoerbewijs dat een passagier recht geeft op vervoer per vliegtuig naar de bestemming die men geboekt heeft

How to use vliegticket

the air tickethet vliegticket
this air ticketdit vliegticket
that air ticketdat vliegticket
our air ticketons vliegticket
your air ticketjouw vliegticket
every air ticketelk vliegticket
which air ticket?welk vliegticket?
a big air ticket / the big air ticketeen groot vliegticket, het grote vliegticket
the air ticket (plural)de vliegtickets, deze vliegtickets

Example sentences with vliegticket

  • „Mijn laatste grote uitgave was een vliegticket voor onze reis naar Zuid-Afrika in februari.
  • Vliegen met een privéjet: “Vliegtickets zijn vrijgesteld van btw en op kerosine wordt geen belasting geheven,” licht de TU Delft-hoogleraar transportbeleid toe.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).