De or het verleden?

The correct Dutch article is:

het verleden

  • English: past
  • Plural: de verledens
  • Diminutive: het verledentje
Meaning (Dutch) de voorafgaande tijd, dat wat voorbij is

How to use verleden

the pasthet verleden
this pastdit verleden
that pastdat verleden
our pastons verleden
your pastjouw verleden
every pastelk verleden
which past?welk verleden?
a big past / the big pasteen groot verleden, het grote verleden
the past (plural)de verledens, deze verledens

Example sentences with verleden

  • Vergeet het verleden niet. “Don't forget the past.”
  • Het verleden komt nooit terug. “The past is never coming back.”
  • Tom leeft in het verleden. “Tom lives in the past.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).