De or het verkoopdag?

The correct Dutch article is:

de verkoopdag

  • English: day of sale
  • Plural: de verkoopdagen
  • Diminutive: het verkoopdagje
Meaning (Dutch) dag dat men iets mag verkopen; dag dat men iets verkoopt

How to use verkoopdag

the day of salede verkoopdag
this day of saledeze verkoopdag
that day of saledie verkoopdag
our day of saleonze verkoopdag
your day of salejouw verkoopdag
every day of saleelke verkoopdag
which day of sale?welke verkoopdag?
a big day of sale / the big day of saleeen grote verkoopdag, de grote verkoopdag
the day of sale (plural)de verkoopdagen, deze verkoopdagen

Example sentences with verkoopdag

  • ‘Eerste verkoopdag vuurwerk trekt veel mensen’
  • Dit heeft waarschijnlijk deels te maken met het feit dat afgelopen week vanwege Pasen een verkoopdag minder telde.

Dutch words starting with verkoopdag

verkoopdagboek

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).