De or het vastgoedhandelaar?

The correct Dutch article is:

de vastgoedhandelaar

  • Plural: de vastgoedhandelaars / vastgoedhandelaren
Meaning (Dutch) (beroep) iemand die gebouwen koopt en verkoopt

How to use vastgoedhandelaar

the vastgoedhandelaarde vastgoedhandelaar
this vastgoedhandelaardeze vastgoedhandelaar
that vastgoedhandelaardie vastgoedhandelaar
our vastgoedhandelaaronze vastgoedhandelaar
your vastgoedhandelaarjouw vastgoedhandelaar
every vastgoedhandelaarelke vastgoedhandelaar
which vastgoedhandelaar?welke vastgoedhandelaar?
a big vastgoedhandelaar / the big vastgoedhandelaareen grote vastgoedhandelaar, de grote vastgoedhandelaar
the vastgoedhandelaar (plural)de vastgoedhandelaars, deze vastgoedhandelaars

Example sentences with vastgoedhandelaar

  • En vastgoedhandelaar Jan-Dirk Paarlberg heeft op die manier geld witgewassen voor Willem Holleeder.
  • In Amsterdam is vandaag het proces gestart rond de liquidatie van vastgoedhandelaar Willem Endstra.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).