De or het vastentijd?

The correct Dutch article is:

de vastentijd

  • Plural: de vastentijden
Meaning (Dutch) 1. tijd waarin gevast wordt 2. christelijke (religie) veertigdagentijd, periode van veertig dagen tussen Aswoensdag en Pasen waarin gevast wordt

How to use vastentijd

the vastentijdde vastentijd
this vastentijddeze vastentijd
that vastentijddie vastentijd
our vastentijdonze vastentijd
your vastentijdjouw vastentijd
every vastentijdelke vastentijd
which vastentijd?welke vastentijd?
a big vastentijd / the big vastentijdeen grote vastentijd, de grote vastentijd
the vastentijd (plural)de vastentijden, deze vastentijden

Example sentences with vastentijd

  • Voor Pasen is er een vastentijd van veertig dagen, die begint bij Aswoensdag. “Before Easter, there's a 40-day fast beginning on Ash Wednesday.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).