De or het vakantieweek?

The correct Dutch article is:

de vakantieweek

  • Plural: de vakantieweken
  • Diminutive: het vakantieweekje
Meaning (Dutch) 1. week dat men vakantie heeft 2. en vakantie die een week duurt

How to use vakantieweek

the vakantieweekde vakantieweek
this vakantieweekdeze vakantieweek
that vakantieweekdie vakantieweek
our vakantieweekonze vakantieweek
your vakantieweekjouw vakantieweek
every vakantieweekelke vakantieweek
which vakantieweek?welke vakantieweek?
a big vakantieweek / the big vakantieweekeen grote vakantieweek, de grote vakantieweek
the vakantieweek (plural)de vakantieweken, deze vakantieweken

Example sentences with vakantieweek

  • Het voorafgaande weekend hebben we in de Corrèze uitgever Dick Gubbels en zijn vrouw Elly bezocht, en na terugkeer in Marsalès zijn we aan onze laatste vakantieweek begonnen.
  • "Ik zou dan niet kiezen voor een vakantieweek, maar voor een week online onderwijs."

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).