De or het vakantiebon?

The correct Dutch article is:

de vakantiebon

  • Plural: de vakantiebonnen / vakantiebons
  • Diminutive: het vakantiebonnetje
Meaning (Dutch) 1. bon met een bepaalde geldwaarde die men kan besteden voor het betalen van een vakantie 2. een vorm van loonbetaling van een werkgever aan een werknemer die middels een derde partij wordt verzorgd

How to use vakantiebon

the vakantiebonde vakantiebon
this vakantiebondeze vakantiebon
that vakantiebondie vakantiebon
our vakantiebononze vakantiebon
your vakantiebonjouw vakantiebon
every vakantiebonelke vakantiebon
which vakantiebon?welke vakantiebon?
a big vakantiebon / the big vakantieboneen grote vakantiebon, de grote vakantiebon
the vakantiebon (plural)de vakantiebonnen, deze vakantiebonnen

Example sentences with vakantiebon

  • Voor elke tent die de jongeren terugbrengen, verdienen ze een vakantiebon van 20 euro.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).