De or het tuiser?

The correct Dutch article is:

de tuiser

  • Plural: de tuisers
Meaning (Dutch) 1. iemand die een dobbelspel speelt 2. tussenpersoon bij de handel in vee

How to use tuiser

the tuiserde tuiser
this tuiserdeze tuiser
that tuiserdie tuiser
our tuiseronze tuiser
your tuiserjouw tuiser
every tuiserelke tuiser
which tuiser?welke tuiser?
a big tuiser / the big tuisereen grote tuiser, de grote tuiser
the tuiser (plural)de tuisers, deze tuisers

Example sentences with tuiser

  • Een tuiser of tuischer, zoals men vroeger schreef, is een speler, een dobbelaar, iemand die "zich overgeeft aan het spel genaamd tuischen".
  • Een lezer uit Lubbeek wijst mij op een betekenis van tuiser die ik niet kende: de tussenpersoon bij het verkopen van dieren zoals koeien en stieren.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).