De or het tronk?

The correct Dutch article is:

de tronk

  • Plural: de tronken
Meaning (Dutch) 1. boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt 2. onderste deel van een boom bestaand uit de wortels en een deel van de stam dat na het omhakken of omvallen van een boom overblijft

How to use tronk

the tronkde tronk
this tronkdeze tronk
that tronkdie tronk
our tronkonze tronk
your tronkjouw tronk
every tronkelke tronk
which tronk?welke tronk?
a big tronk / the big tronkeen grote tronk, de grote tronk
the tronk (plural)de tronken, deze tronken

Example sentences with tronk

  • Maar over de doorweekte, verwilderde weiden en velden, voor en achter, links en rechts, kropen glimwormen bij tientallen …
  • Toen Siepman hen bij dat plekje had geleid, waren de jongens verrukt en verrast geweest als had niet elk van hen het van jongsaf gekend …

Dutch words ending in tronk

stronk | bloemkoolstronk | boomstronk | kerststronk

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with tronk

tronkenbij | tronkendrietand

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).