De or het tent?

The correct Dutch article is:

de tent

  • English: tent
  • Plural: de tenten
  • Diminutive: het tentje
Meaning (Dutch) 1. (kamperen) verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient 2. (informeel) openbare plek (bijv. een café of restaurant) of andere openbare gelegenheid; bij uitbreiding ook een bepaalde leefruimte in het algemeen

How to use tent

the tentde tent
this tentdeze tent
that tentdie tent
our tentonze tent
your tentjouw tent
every tentelke tent
which tent?welke tent?
a big tent / the big tenteen grote tent, de grote tent
the tent (plural)de tenten, deze tenten

Example sentences with tent

  • Is die tent van jou? “Is that tent yours?”
  • Tom is in zijn tent. “Tom is in his tent.”
  • We bleven in de tent zitten. “We remained seated inside the tent.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).